Wanneer er maar één uitweg is

“112 alarmcentrale, met wie kan ik u doorverbinden? Politie, ambulance of brandweer?”

“Ehm, doe maar met de ambulance…”

….

“Ambulancecentrale, waarmee kan ik u helpen?”

“Mijn moeder heeft een overdosis genomen, ik denk dat ze een ambulance nodig heeft”

“Wat heeft uw moeder genomen?”

“Slaappillen, heel veel slaappillen… en alcohol”

“Is uw moeder bij bewustzijn? Ademt ze nog?”

“Ja, ze ademt maar ze is heel erg aan het huilen, kunt u een ambulance sturen?”

“Wil uw moeder zelf naar het ziekenhuis?”

“Nee ze wil dood.”

“Is er nog iemand anders in huis?”

“Ja mijn vader.”

“Kan uw vader aan de lijn komen?”

“Nee, die ligt boven te trippen van een LSD pil”

“Ok, blijf maar bij je moeder, er is een ambulance onderweg”

 

Een kwartier eerder:

Ik draai de sleutel om in de voordeur van het huis van mijn ouders, ik woon sinds kort samen met mijn vriend, om juist dit soort situaties te ontvluchten. Zestien jaar en toch kom ik hier dagelijks. Om ze in de gaten te houden, en te controleren of ze geen gekke dingen doen.
De situatie is de afgelopen twee jaar zodanig geëscaleerd dat er geen andere optie was dan weggaan. Desondanks ben ik hier dagelijks te vinden omdat ik deze situatie al vreesde.
Een ongewilde omgekeerde wereld.
Binnenstappen in een andere wereld:

Ik kom een bedompt en zwaar beladen sfeer binnen die tastbaar is tot in elke vezel van mijn lijf.
In de woonkamer zit mijn moeder huilend op de grond naast de lage opiumtafel. Een lege fles port en een half opgedronken fles op tafel.
“Mam wat is er? Waar is pap?”

“Je vader ligt boven, hij gaat dood Jess, laat hem maar gaan want één van ons moet dood. Dit gaat zo niet meer. Ik kan dit niet meer.”

Ik ren naar boven, de trappen omhoog en kom in de hal waar rechts eens mijn slaapkamer was. Ik sla linksaf, de slaapkamer van mijn ouders in. Daar ligt mijn vader wezenloos naar het plafond te staren, gordijnen dicht.
Mijn hart raast door mijn borstkas en ik probeer hem bij zinnen te brengen.
Ik trek de gordijnen open en laat de winterlucht de kamer vullen.
“Pap, word wakker! Wat heb je gedaan?”

Hij is niet bij, zijn ogen zijn open maar zijn ziel is ver weg.
“Jess ik zit op het plafond, ik kan mijn lichaam niet meer in”

Ik vervloek hem van binnen, klootzak dat je bent. Waarom doe je dit?
Ik haast me naar de badkamer, haal een glas water en gooi dat over hem heen, de kou van het water met de ijzige decemberlucht moet hem bij brengen , hoop ik.
Maar dat doet het niet voldoende.

“Jess, ga naar je moeder!” Je moeder gaat dood!” zegt ie

Jezus waar ben ik nou weer in beland…
Ik ren de verdomde trappen weer af en vind mijn moeder nog steeds huilend op dezelfde plek, alleen nu met vele lege strips van de slaappillen die ze voorgeschreven krijgt van de huisarts omdat ze door de bestralingen aan haar borst slecht slaapt.
En die halve fles port heeft ze ook soldaat gemaakt.

“Mam, wat heb je gedaan??”

“Als je vader niet dood gaat dan ga ik wel!” schreeuwt ze.

Ik trek dit niet…
Terwijl ik 112 bel, trek ik de koelkast open om een groot glas te vullen met restjes wijn die er nog staan.
Ik ren als een bezetene van boven naar beneden om te kijken hoe het met die twee gesteld is.
Dood dood, ze willen dood.

En ik dan?
Doe ik er niet meer toe?
Ben ik niet belangrijk genoeg voor jullie?

Ik hoor sirenes, van alles door elkaar.. politie, ambulances…
Ze zijn er snel.

Ontdaan, jankend en met een groot glas wijn en de telefoon in mijn hand doe ik de voordeur open.
“Waar is je vader?”
Boven.
De politiemannen rennen de trap op.

“Jouw moeder??”

Ik wijs naar de huiskamer.

Het ambulancepersoneel ontfermt zich over haar.

Ik weet niet goed waar mijn plaats is, dus ik blijf in de gang.
Tussen mijn vader en mijn moeder in. Ik kan niet op twee plekken tegelijk zijn.

Ik hoor de politiemannen boven schelden tegen mijn vader, hij is ondertussen wat meer bij zinnen gekomen.
Hoe hij het in zijn hoofd haalt om LSD pillen te slikken terwijl hij niet weet waar die vandaan komen.

De ambulancebroeders voeren mijn moeder af op een brancard en vragen mij wat ik wil doen.

Ik ga mee, natuurlijk.
Het lijkt wel een slechte B film…

Ondertussen loopt mijn vader met de agenten de trap af “wij volgen jullie wel” zegt de agent.

In de ambulance hou ik mijn moeders hand vast terwijl de verpleegkundigen haar beginnen vast te koppelen aan allerlei apparaten. Infuus, hartslagmeter, plakkers op haar borst…

Mijn moeder zakt steeds verder weg, nog steeds huilend.

Wanneer we bij het ziekenhuis arriveren wordt ze met spoed naar een behandelkamer gebracht.
Ze dienen haar via een dikke buis in haar keel iets toe waardoor haar neus, ogen en oren uitpuilen van zwarte drab.

Zo ziet opgeven eruit.
Zo ziet wanhoop er uit.
Zo ziet onmacht en depressie er dus uit.

Ondertussen arriveert mijn vader in de behandelkamer, ik kijk hem aan en zie een gebroken man die niet beter weet dan dit.
Een man die zo verschrikkelijk hard wil vasthouden aan een vrouw die ten dode is opgeschreven, dat hij haar wil volgen, ook al is het in de dood.
Hij wil haar niet kwijt. Niet aan het leven en niet aan de dood.

Hoe anders is het nu

Deden de hulpdiensten iets aan een zestienjarig kind waarvan de ouders uit het leven wilden stappen? Een kind dat de deur open deed met een groot glas wijn terwijl haar ouders alle hoop opgaven?
Een kind dat niet meer thuis woonde?

Nee.

Wat nu haast ondenkbaar is, was twintig jaar geleden net even wat anders.

Nadat mijn moeders maag was leeggepompt en mijn vader weer genoeg bij zinnen was. Mochten we naar huis.
Mijn vriend kwam ons ophalen, mijn vriend, wat later de vader van mijn geweldige zoon zou worden…
Ik schaamde mij dood voor deze situatie, we kenden elkaar nog niet al te lang.
Maar hij had begrip voor de situatie.
Gelukkig.
Het samenwonen ging op mijn initiatief veel te snel. Maar ik moest weg, Hij was mijn uitvlucht.
En mijn redding om hetzelfde lot te ontvluchten als mijn ouders beschoren was.
Alhoewel ik er ook niet ongeschonden doorheen ben gegaan, maar dat is een ander verhaal.
Die komt later wel.

Focus op wat (wie) belangrijk is

Waarom ik kies om dit te openbaren?
Om toch ergens aandacht te vestigen op mentale ziektes en hoever ze een persoon kunnen drijven.
In een maatschappij waarbij ‘moeten’ de norm is. Meer en meer mensen ten onder gaan aan de meest ondergewaardeerde ziektes zoal burn-out en depressies.
Aan de buitenkant zie je immers niets.
Wellicht een verandering in gedrag, lethargie en gelatenheid.
Toch moeten we deze geestenziekte niet onderschatten. Het kan mensen tot het randje drijven. En wanneer hulp niet voorradig is, ogen gesloten worden voor zielenpijn, het afgedaan wordt als aanstelleritis, dan kan dat wel eens meer consequenties hebben dan we denken.
Niet alleen voor de persoon die lijdt onder zijn eigen pijnen, maar ook voor de omgeving die ongewild een onderdeel wordt van de geestestoestand van een geliefde.

Een gedachte over “Wanneer er maar één uitweg is

Voeg uw reactie toe

  1. Goh! Jess! Nooit geweten dat het zo erg was….Respect voor jou. En zie wat je nu bent! Jij en je zoon! Prachtige mensen zijn jullie. 😘

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: